Sekswerker wordt illegaliteit in gedreven

Tijdens de persconferentie van 23 februari is uitgesproken dat de ondernemers met contactberoepen vanaf vandaag weer aan de slag mogen. We kunnen weer naar de kapper en schoonheidssalon om ons te laten verwennen en onszelf beter te laten voelen. De ‘bad hair days’ zijn eindelijk voorbij. De groep met een contactberoep die net als in 2020 is uitgesloten van versoepeling, zijn sekswerkers. Zij mogen niet aan het werk. Sterker nog, opting-in sekswerkers krijgen nog steeds géén noodsteun vanuit de overheid. Illegaliteit van sekswerk ligt op de loer.

Sekswerk is legaal in Nederland en het is dan ook vanzelfsprekend dat je dan dezelfde rechten hebt als andere werkenden en dus recht op bescherming van de overheid. De huidige coronatijd laat echter een ander beeld zien. De opting-in sekswerker is namelijk geen zzp’er, maar ook geen werknemer. Ze betalen net als iedereen belasting, maar financiële steun voor deze groep is er nagenoeg niet. We hebben het dan over sekswerkers die bij een seksclub, privéhuis, massagesalons, SM-studio’s of escortservice werken. We weten niet precies om hoeveel sekswerkers het gaat, maar de schatting is dat het 4.000 tot 5.000 mensen zijn.

Aangezien opting-in sekswerkers niet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel zijn ze geen ondernemer en vallen ze niet onder de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO). Daarnaast worden er geen werknemerspremies afgedragen door de exploitant waarvoor ze werken, waardoor er ook geen inkomsten zijn via de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW-regeling). Ze kunnen als zij voldoen aan de gestelde voorwaarden, zoals de vermogens- en partnertoets, mogelijk aanspraak maken op een bijstandsuitkering via hun gemeente.

Een jaar corona laat echter zien dat veel opting-in sekswerkers geen bijstandsuitkering ontvangen, vanwege geld op een spaarrekening of een partner met inkomen. Een vermogenstoets die overigens níet geldt voor de zzp’er die een TOZO aanvraagt bij zijn of haar gemeente. Voor de opting-in sekswerkers gelden dus andere regels en daarmee zitten Sandra en Emma (namen zijn fictief) al een jaar zonder inkomsten thuis.

Om het nog ingewikkelder te maken heeft de overheid een nieuwe regeling in het leven geroepen: TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten). Die gaat voor een aantal opting-in sekswerkers wellicht wat verlichting brengen, maar die regeling wordt uitgevoerd door gemeenten met beleidsvrijheid om eigen keuzes te maken en geldt bovendien vanaf 1 januari 2021 waardoor de inkomstenderving van maart tot en met december 2020 niet wordt gedekt. Door deze situatie zien vrouwen als Sandra en Emma zich ‘gedwongen’ om illegaal hun werk uit te oefenen.

Daardoor verdwijnt de prostitutie uit het zicht van de overheid en de politie en is er geen toezicht meer op het welzijn van de mannen en vrouwen die klanten thuis bezoeken. De wijkagenten verdwijnen al uit de buurten en de politie op straat wordt momenteel al zwaar overbelast door alle coronamaatregelen, dus de extra ogen zijn weg. Het wordt dus tijd om na alle discussies echt iets te doen aan de positie van de opting-in sekswerkers in Nederland. Zij verdienen onze steun net als andere beroepen die de corona-eindstreep moeten halen.

Prof. dr. Josette Dijkhuizen, honorair hoogleraar Ondernemerschapsontwikkeling (Maastricht School of Management), initiatiefnemer van Stichting Krachtbedrijf, een ondernemersprogramma voor slachtoffers van huiselijk geweld en sekswerkers.

Deze opiniebijdrage kwam mede tot stand en wordt ondersteund door:

FNV Zelfstandigen
Verweij Jonker Instituut
Stichting Hulp en Opvang Prostitutie en mensenhandel (SHOP)
Brancheorganisatie Proud
Jan Struijs, voorzitter Nederlandse Politie Vakbond

Bron: Binnenlandsbestuur.nl